Dooradering

Het leefgebied dooradering binnen het agrarisch cultuurlandschap bestaat uit een netwerk van natte en droge landschapselementen. Natte landschapselementen in de vorm van sloten, beken, kreken, moerasjes, rietlandjes en plasdras gebiedjes, maar afhankelijk van de regio ook in de vorm van poelen en andere kleine wateren. Het aangrenzende grasland is vaak vochtig tot nat, heeft veelal een hoge grondwaterstand en is in streefsituaties begroeid met kruidenrijk en niet te dicht gewas. De droge dooradering vormt een netwerk dat vaak bestaat uit lijnvormige landschapselementen. Het gaat om elzensingels, houtwallen, heggen, lanen, hoogstamboomgaarden, (hakhout)bosjes, struwelen, bloemrijke (perceel)randen en ruigtezomen.

Droge dooradering is op Terschelling te vinden in de vormen van het beheren van de vele elzensingels, houtwallen en bosjes. Het zijn vaak lange en smalle stroken in het landschap van grote en kleine bomen. Ook struiken komen hierin voor. De bomen en struiken worden met regelmaat gesnoeid en soms flink uitgedund.

Het diverse leefgebied vervult vele functies, zoals paai- en broedgebied, foerageergebied en schuilplaats. Vogels gebruiken houtsingels en struweel als hun broedgebied. Terwijl diezelfde elementen voor vleermuizen belangrijk zijn als voedselgebied en als oriëntering tussen de vaste rust- of verblijfplaatsen.

In het kort

ANV Waddenvogels coördineert en ziet toe op het weidevogelbeheer op agrarische percelen op de eilanden Terschelling, Ameland en Schiermonnikoog. Samen met boeren en andere deskundigen op de eilanden wordt jaarlijks bekeken op welke percelen de specifieke beheerpakketten worden ingezet.